De oude Atheners maakten er zalf van en smeerden die in hun haar, als ze naar een feestje gingen. Dat verminderde, zo meenden zij, de kans op dronkenschap. Waar het een zit, is geen plaats voor het andere. De marjolein zorgde ervoor dat de wijn niet naar het hoofd zou stijgen!
In Engeland werd marjolein gekweekt om de heerlijke, bijna bedwelmende geuren. Aan het hof kende men in de zeventiende eeuw de functie "Kruidenstrooier in dienst van Zijne Majesteit". Bij de kroning van Jacobus II van Engeland moesten achttien bossen marjolein als vloerkleed uitgestrooid worden in het koninklijk vertrek.
De sierlijke wilde marjolein (origanum vulgare) is een gemakkelijke decoratieve tuinplant die van eind juli tot september uitbundig staat te bloeien. De naam komt van het Griekse oros dat berg betekent en ganos dat vreugde en schoonheid inhoudt (schoonheid van de bergen). De plant is inheems rond de Middellands Zee, maar komt door verspreiding tegenwoordig ook in ons land in het wild voor. Het is hier echter een beschermde, zeldzame plant die je nog wel eens in Limburg aantreft. We kennen ook een éénjarige soort van deze lipbloemige familie, de Majoraan (Majorana hortensis), die vooral als keukenkruid wordt gebruikt.
De marjolein is een vaste plant met een roodachtige, vierkante rechtopgaande stengel. Ze groeit graag op kalkrijke grond en het liefst op zonnige plaatsen. De hele plant is lichtbehaard, heeft kleine, eironde blaadjes die heerlijk zijn op pizza's en andere Italiaanse gerechten. De talrijke, roze-rode bloemen, die overvloedig bloeien, worden druk bezocht door bijen en vlinders.
Van oudsher werd dit kruid meer om de geneeskrachtige eigenschappen gebruikt dan als culinaire plant. De Grieken en Romeinen waren al op de hoogte van de antiseptische en pijnstillende werking. Bestreden er, naast het gebruik in aromatische baden, hun lichamelijke kwalen mee.
Volgens de signatuurleer kun je van het kruid afleiden dat het een zachte werking heeft op het bloed en de circulatie (roze-rood), op de slijmvliezen (licht behaard) en op de psyche (sterke geur, eth.oliën). Marjolein zou passen bij een nogal verlegen verkrampt type vrouw, die zich afsluit voor haar omgeving en alles oppot. Ook problemen i.v.m. seksualiteit. Het is dan ook een typisch vrouwenkruid.
De plant ontkrampt, maakt open, versterkt en stimuleert de doorbloeding van het onderlichaam, bevordert de doorstroming. De plant helpt bij allerlei klachten die via het zenuwstelsel uit verkramping voortkomen. Bij menstruatieklachten, ook bij het uitblijven ervan, maar eveneens bij overgangsklachten en onvruchtbaarheid.
Bovendien werkt het nog bloedzuiverend, desinfecterend, pijnstillend en bij bloedarmoede.
De inhoudstoffen zijn: veel etherische oliën (thymol en cavacrol), looi- en bitterstoffen, vit. C, calcium en ijzer.
Vers geplukte takjes met blaadjes verwarmd in een doekje werken enorm verzachtend en pijnstillend bij een stijve nek en andere spierpijnen. Voor thee en tinctuur gebruiken ze de hele bloeiende plant (niet tijdens zwangerschap).
Je kunt er ook een lekker kruidenkussentje van maken samen met andere kruiden uit dezelfde familie zoals: salie, thijm, rozemarijn en lavendel. Of voor een slaapkussentje, maar dan alleen met lavendel erbij.
Auteur: Miep Roerdink, IVN Maas en Niers
Met toestemming overgenomen uit De Natuurgids nummer 6 – 15 september 2002 – Tijdschrift voor natuur, milieu en heem in Limburg