|
|
In den hof van de nonnen |
Ik schrijf 25 januari, bij vries en lichte sneeuwval …….
Het stemt me tot blijheid en het geeft me kracht als ik vanmorgen voorbij
de tuin van Zevenbergenhof (Ranst) reed en de opkomende witte gloed ontdekte
van het gewoon sneeuwklokje (Galanthus nivalis). De sinds mensenheugenis
terugkomende eerste voorjaarsbloeier in Zevenbergen en de klokkenluider van de
komende lente.
Iedereen kent natuurlijk het sneeuwklokje, enfin
dat denkt toch iedereen. Spijtig maar niet alles wat wit en klokvormig is en
vroeg bloeit is het sneeuwklokje. Vooral bij zachte winters word je al snel op
het verkeerde been gezet door het lenteklokje of zomerklokje. Dichterbij kan
het zelfs tegenslagen want er zijn nogal wat aanverwante zoals het glanzend
sneeuwklokje, het Kaukasisch sneeuwklokje of andere cultivar soorten
Maar in den hof van onze nonnen gaat het wel degelijk over het gewoon
sneeuwklokje. De vriendelijk knikkende bloem is een symbool van de vertrekkende
winter en de aankomende lente (laat ons toch maar niet te voorbarig zijn).
De aankomende bloemen hebben drie lange witte buitenkroonbladen en drie korte
brede binnenkroonbladen met bleekgroene vlekken (honingmerk). De Griekse
wetenschappelijke naam “Galanthus” betekent melkwitte bloem.
Het plantje behoort tot de narcissenfamilie (Amaryllidaceae), en vormt
vanuit de overblijvende knol een alleenstaande bloem en lijnvormige groene
bladen.
Steeds weer en dit tot einde maart staat den hof van de nonnen vol met
honderden klokjes, uitgebreid tot aan de rand van het bos (verwilderd). Het
plantje is afkomstig vanuit zuid- en zuidoost Europa en vermoedelijk
meegebracht door één van de vroegere baronnen van Zevenbergen. Hoewel de plant
zaad vormt (na de bloei verschijnen vlezige groene capsules met veel zaden) is
het bij ons wellicht iets te fris om te ontkiemen en gebeurt de vermeerdering
bij middel van het vormen van bijbolletjes. Terecht mogen we deze plant
benoemen tot de stinzensoorten.
Kortom een durver deze klok, vaak ondergesneeuwd en in de kou, klein maar
dapper, een waaghals …..
Luiden van een seizoen
Denken we aan volgend kerstliedje … Sneeuwklokje klingelingeling, sneeuwklokje
kling ..
Of dit
Wat is
dat daar, jou kleine guit,
Kom jij nu al je bedjen uit?
Blijf warmpjes nog wat in den grond,
Want als de booze wind je vond,
Hij beet je dood!
Wij hebben nog ons jasje aan,
Jij komt daar zóó maar buiten staan,
Je groene mutsje los, jou guit;
Je witte kopje kijkt er uit,
Zoo bleek en bloot!
Ik ben er niet bang voor den
boozen wind
’k Vertel van de lente, mijn lieve kind
Mijn klokje luidt zachtkens over de grond
En wekt er de bloempjes, die slapen in ’t rond
Ten beddeken uit,
Nu weet je wel, wat mijn vroeg
luiden beduidt
Of dit
Het
sneeuwklokje hebben we te danken aan Eva.
Toen Adam en Eva, na de appel-orgie hun boeltje in de tuin van Eden mochten
pakken, was dat geen lachertje.
Eens de poort van de goddelijke tuin achter hun rug in het hangslot, belandden
de twee stakkers midden in de barre winter. Ze kwamen maar moeizaam vooruit.
Da's zeker, hij wilde nooit kruiden eten en zij deed veel te weinig aan sport.
Ze zochten hun weg in de winterse duisternis. Eva viel na een tijd doodmoe op
de grond. Ze werd ontzettend depressief bij de gedachte dat haar leven vanaf nu
zo verschrikkelijk treurig en net zo koud als deze winter zou verlopen. Ze zag
het echt niet meer zitten. Gelukkig bestonden er toen nog engelen die dan
telkens op barre momenten uit de hemel neerploften. Een engel probeerde Eva
ervan te overtuigen dat er ook nog andere en betere jaargetijden waren. Eva,
die geen tweede keer wilde poseren voor goedgelovig en gemakkelijk te verleiden
wicht, geloofde dit opbeurend bericht niet zomaar. De engel ving dan maar
enkele sneeuwvlokjes op, ademde ertegen en op slag veranderden de sneeuwvlokjes
in bloemknoppen. Op het moment dat de bloemknoppen de bodem raakten werden het
sneeuwklokjes. Eva zag het van pure consternatie weer een beetje zitten en ging
de harde en meedogenloze levensweg verder met haar gezel.
Het sneeuwklokje staat symbool voor 'opnieuw ontwaken en intens leven na een
treurige lange winter'.
Het is de bloem van de hoop. En waar hoop is is er leven.
(citaat uit Daniëlle Houbrechts -
kruidenhoekje)

Tapijt van sneeuwklokjes in den hof van de nonnen