Verslag excursie bronbos

Zondag 23 januari 2005

Walenbos Tielt-Winge

Gids: Hans Vermeulen

Verslag: Anja Wijns

Fotos: Frank Vermeren

Waarnemingen: Louis Schellens

 

 

 

 

 

 

 

Inleiding

 

Een prachtige zondagmorgen met een mooi opkomende zon die het bevroren laagje over het landschap deed schitteren. Met ons 24 Amentisten waren we weer talrijk aanwezig om samen een stukje mooie natuur te ontdekken.

Het Walenbos in de vallei van de Motte tussen Houwaart, Sint-Joris-Winge en Onze-Lieve-Vrouw-Tielt met zijn ongeveer 400ha, waarvan meer dan 210ha staatsnatuurreservaat en openbaar bos is een prachtig voorbeeld van een kwelbos. Een kwelbos is nog iets heel anders dan een bronbos, maar dat krijgen we nog uitgebreid besproken in onze theorielessen. Het Walenbos is nog een echt bos gebleven omdat het te nat was om te ontginnen. Wij zijn het stukje gaan verkennen dat De Dolaag heet.

 

Verslag

 

Het eerste wat we zagen, waren bomen met groene voetjes of kousjes. In zo’n nat gebied zijn vele bomen onderaan bezet met mossen en Hans vertelde dat je er bijna altijd vier soorten op vindt.

 

Gewoon klauwtjesmos (Hypnum cupressiforme)

-algemeen voorkomen

-sikkelvormige bladen

-bladtop steek duidelijk als klauwtje naar beneden

-stengels regelmatig vertakt.

 

Gewoon dikkopmos(Brachythecium rutabulum)

-algemeen voorkomen

-eironde bladen met spitse top

-de stengels hebben lichte topjes

-de sporenkapsels zijn het hele jaar door te vinden.

 

Fijn laddermos(Eurhynchium praelongum)

-algemeen op vochtige en beschaduwde plaatsen

-bladrand is fijn getand

-de bladbasis loopt duidelijk af

-is tweehuizig en vormt zelden kapsels.

 

Gedrongen kantmos(Lophocolea heterophylla)

-is een bebladerd levermos

-twee rijen bladen met stompe bladlobben

-groeit in tamelijk platte matjes

-in het voorjaar verschijnt het sporenkapsel.

 

Met dit laatste mosje hebben we nog serieus gelachen als we te horen kregen welke naam het vroeger had, zijdelings platgeslagen sinterklaasmuts, grappig, toch??

 

De eerste plant die uitloopt in het bos is de Kamperfoelie, de enige klimplant die rechtsdraaiend is(dit wordt genetisch bepaald).

 

Gewone poederkorst (samenleving tussen schimmel en alg),dit korstmosje groeit meestal tot een maximum van één meter hoog, maar in goede omstandigheden zoals hier zagen we het tot op de takken van de boom.

 

Aardappelbovist(scleroderma citrinum) is uitzonderlijk in hoge aantallen aanwezig en dit omdat het een warmteminnende zwam is en zoals de temperaturen nu geweest zijn, zie je ze nog overal!

 

Fraai haarmos  (Polytrichum formosum) geeft de voorkeur aan zandige en veenachtige gebieden en groeit daar liefst op het droge en in de schaduw.

 

 

 

Zwarte trilzwam (Exidia plana) is een blubber tot hersenslobbig zwammetje dat voorkomt op loofbomen. Wanneer hij uitdroogt, is er enkel nog een zwarte vlek te zien.

 

Boomsnavelmos(Rhynchostegium confertum) is de dubbelganger van het Gewoon dikkopmos. Het verschil is dat Boom-snavelmos zeer sterke hechtdraadjes heeft en dus heel vast zit op het substraat, de onderzijde is pikzwart en heeft geen lichte topjes.

 

 

 

Groot rimpelmos(Atrichum undulatum) is onvertakt en de bovenste bladen vormen een rozet aan de stengeltop. Het mosje vormt sporenkapsels die er net uitzien als kromme knakworstjes.

 

 

 

 

De Grijze gaatjeszwam (Bjerkandera adusta) stond zich prachtig te ontwikkelen op een boomstronk.

 

Gewoon sterrenmos(Mnium hornum) is een typisch bodemmosje dat in grote hoeveelheden voorkomt. Het is tweehuizig, maar vormt vanaf half februari sporenkapsels. De bladen zijn duidelijk getand en de hechtdraadjes zijn rossig.

 

 

 

 

Gewoon thujamos(Thuidium tamariscinum) ook wel boomvarentje genoemd, houdt van een bosgrond met dikke strooiselllaag. Hans zegt dat het zeldzaam aan het worden is, want in oost-en westvlaanderen is het al volledig verdwenen.

 

 

 

 

 

 

De Maretak(Viscum album) hiervan vindt je een uitgebreid verslag op de Amenti-website!

 

 

Opeens werd er een vogel opgemerkt, een geluid en een amai wat vroeg; de Grote lijster;

 

Ijzervretende bacterien, dit is de laag die je soms op het water in een beek ziet(presies olie).

 

 

 

 

 

 

Wilde kers heeft een kegelvormige kroon en bloeit eind april, de stam heeft een pyama-effect(dwarsstrepen)

Hans vertelde dat uit de kruising van de Wilde kers en de Sleedoorn zijn al onze pruimsoorten zijn ontstaan.

 

 

 

 

 

Scherpe schelpzwam (Panellus stypticus)

 

 

 

 

 

Zachte berk(Betula pubescens), de Ruwe berk haat natte voeten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wie laatst lacht, best lacht (is dat geen spreekwoord?)

 

Nu kunt ge waarschijnlijk niet meer vant lachen als ge volgend verhaal leest. Onze allerbeste Jef kwam aangelopen om over de beek te springen, maar hij had blijkbaar niet goed opgelet tijdens de wandeling en dus niet gehoord dat Hans ons vertelde dat we hier goed moesten uitkijken, want als je wegschuift, je echt wel wegschuift!!! En inderdaad, Jef schoof van de kant en had een kwelbroek tot aan zijn knie. Het eerste moment verschoten we wel, maar hij had zich niet bezeerd, dus lachen maar!!!

 

Het verhaal is nog niet volledig, dus spaar je lachspieren nog wat!

 

Sinds dit jaar heeft er zich een toch wel wat rare fotograaf bij onze groep gevoegd, hij neemt de kiekjes soms al liggend op zijn buik! Maar dat is eigenlijk nog niets vergeleken met wat hij zondag probeerde. Alex, zo is zijn naam, dacht al lachend: hier zal ik eens een mooie foto van pakken hé, dat  zoiets vastligt!!! Nu kunt ge het geloven of niet, maar in zijn volle glorie om er zeker van te zijn op een geslaagde kiek, ging hij de juiste positie innemen,… nog een stapje achteruit en jaja wie ging Jef achterna doen??? Alex, Alex, ge moest zo nodig met Jef lachen hé en niet alleen vandaag, want ge wou het nog op papier ook, foei!!!

 

Al een geluk voor zijn toestel en ook zonder kleerscheuren er van afgekomen, hebben Bart en Fons (de ouwe rotten in het vak) dan maar hun ding gedaan en de twee samen op papier vast gelegd!

 

Zo zie je maar dat onze Amenti-leden er alles voor over hebben om ons toch dat ietsiepietsie bij te leren, goe?!

 

 

 

 

 

Boskronkelsteeltje (Campylopus flexuosus) behoord tot de pluche mossen zei Hans, dit omdat ze in dichte kussens of zoden groeien.

 

 

Een Veenmos zei Hans, zijn er 30-tal soorten en moeten microscopisch gedetermineerd worden, ze kunnen tot 60 maal hun eigen gewicht aan water opnemen. Als een mens 5 liter drinkt, gaat hij dood, waarop Bart antwoordde: drink dan maar bier!

Meer over veenmossen kun je vinden op onze website!

 

 

 

 

 

Gerimpelde korstzwam(Stereum rugosum)komt vooral voor op hazelaar en kers omdat deze een gladde schors hebben. Als je met iets scherp over de zwam wrijft, komt er rood sap uit(hij bloed).

 

 

 

 

Gewoon haakmos(Rhytidiadelphus squarrosus) heeft oranje stengels en haakvormige bladen, komt bijna in ieders gazon voor.

 

 

Plooivlieswaaiertje(Plicatura crispa)een zwammetje dat inheems is in het Tatra-gebergte en door het vallen van het ijzeren gordijn bij ons terecht gekomen is via transport(sporen zijn meegekomen). Het heeft presies plaatjes, maar het zijn plooitjes. Komt voornamelijk voor op dode takken van loofhout en behoort tot de familie der korstzwammen.

 

 

 

 

Zo, dat was het dan voor ons eerste bezoek aan een bronbos, hopelijk veel leesplezier en tot volgende keer!

 

Met dank aan Frank voor de mooie fotootjes.

 

 

 

 

                                                                                                  Groetjes Anja

 

 

 

 

 

Waarnemingslijst van deze excursie
Terug naar het overzicht
Terug naar de Amenti Homepage