Verslag excursie bronbos

Zondag 20/2/2005

Wolfsputten – Dilbeek

Gids: Hans Vermeulen

Verslaggever: Dominique Put

Fotos: Frank Vermeren

Waarnemingslijst: Louis Schellens

 

Iets over de Wolfsputten

Het reliëf werd gevormd tijdens de laatste ijstijd (12.000 tot 65.000 jaar terug). De dalen zijn het gevolg van erosie.  De gletsjers spoelden zachte materialen weg.  Het hard materiaal bleef liggen en vormen de huidige heuvels.  De heuvelkammen noemen ze getuigenheuvels.  De toppen van de heuvels waren het niveau van het landschap voor de ijstijd..  Inmiddels is de zeespiegel tot 2 meter gezakt.

 

Voor het verschil tussen dalbodembron en dagzoombron verwijs ik naar de cursus.  We hebben hier te maken met een dalbodembron. (het dal ligt dieper dan de grondwaterlaag)

 

Waarnemingen tijdens de wandeling

Fungi

Judasoor

-         verschil tussen Echte en Valse Judasoor     

-         de Echte Judasoor vinden we meestal op Vlier maar ook op Berk en Robinia.

-         wordt groter naarmate de luchtvochtigheid verhoogt (zwelt op)

 

 

 

 

 

Plooivlieswaariertje

-         zachte schijfjes met witte randen

 

 

Aardster

-         buikzwam: sporenvorming gebeurt inwendig

-         buik heeft een dikke buitenlaag en dunne binnenlaag

-         lagen komen pas open als sporenpoeder rijp is

 

 

 

 

 

 

 

 

Donsvoetbundelzwam

-         meestal op houtresten en takken (populieren)

 

Fluweelpootje

-         typische wintersoort (kan tegen vorst)

-         donzig – viltachtig aanvoelen

-          

Echte vuurzwam

-         aan wilg

-         gaatjeszwam

-         werd gebruikt voor haardvuur om vuur smeulend aan te houden

-          

 

Korstmossen

 

Dooiermossen

-         kleur varieert van geel naar groen naargelang de vochtigheid

-         we onderscheiden Groot Dooiermos en Oranje Dooiermos

-         Dooiermos in indicator van zwaveldioxide – amoniak à veeteelt

 

 

 

Bleke Schotelkorst

 

Trentepolia

-         groene alg met oranje pigment

 

Fijne geelkorst

 

Gewoon purperschaaltje

-         zwarte schijfjes met purper pigment

-          

 

 

 

Mossen

Haarmutsen

-         stervormig + epifyt

-         kapsel met muts maar zonder kapselsteel

 

Dikkopmos

-         einde februari zijn sporenkapsels goed zichtbaar

 

 

Vogels

 

Halsbandparkiet

 

 

 

Zoogdieren

 

Reinaart de vos

 

 

Planten

 

Klimop

-         heeft 2 soorten bladeren

o       aan bloeiende takken: ruitvormig

o       aan niet bloeiende takken handlobbig

-         bessen staan in scherm

-         familie van klimop staat dicht bij de schermbloemigen

-         houtige klimplant (of liaan)

 

 

Hazelaar

-         let op zig-zag vertakking (idem bij Beuk en Olm)

 

 

Meidoorn

-         behoort tot rozenfamilie (kroonbladeren niet vergroeid!!)

-         vormt kleine bolle knopjes (zeer specifiek)

 

Es

-         takken en knoppen tegenoverstaand

-         zwarte knoppen

-         schors met trentipolia (zie korstmossen)

-         eindknop is stukken groter dan zijknoppen

-         vruchten te vergelijken met deze van Esdoorn maar bij Es is de aanhechting verspreid en bij de Esdoorn tegenoverstaand

-         afwisselen éénhuizig en tweehuizig

-         heeft geen specifiek zwammen

-         kweekt wel schimmels aan de wortels (endomicorizza)

 

 

Speenkruid

-         ranonkelfamilie of verwant met boterbloemen

o       primitieve plant te zien aan hoog aantal meeldraden

-         bladvorm afwijkend van andere boterbloemachtigen

-         bruine knolletjes aan wortel

o       voor voedselopslag

o       voor ongeslachtelijke voortplanting (dus geen vernieuwing van genetisch materiaal)

 

Muskuskruid

-         éénsoortige familie (muskuskruidfamilie)

-         biotoop: natte bossen

-         bloemenstructuur kubusachtig

 

Gevlekte Aronskelk

-         te onderscheiden van Italiaanse naamgenoot (heeft bleke nerven)

 

 

 

Vlier

-         tegenoverstaande takken en bladeren

-         van kamperfoeliefamilie (= 4 kroonbladeren) >< olijffamilie (5 kroonbladeren)

-         vruchten enkel eetbaar na afkoken (anders giftig)

-         ‘flierefluiter’ verwijst naar ‘vlierefluiter’ of holle stengel van vlier

 

Daslook

-         groeit bij kalkrijke kwel

-         van leliefamilie

-         6 kroonbladeren met bovenstandig vruchtbeginsel

 

 

 

Dominique Put

met dan aan Frank voor de foto’s

 

Terug naar het overzicht van de wandelingen

 

Waarnemingslijst van deze excursie

 

Terug naar de Amenti-Homepage