Tussen Noor en Voer

Datum: zondag 03/04/2005
Verslaggever: Michel Levens.
Bijdrage: Anja Wijns, Micheline Moons, Carlos Grauls.
Fotos: Frank Vermeren.
Waarnemingslijst: Michel Levens.

 

 

 

1. De Noor, de Voer en domein Altenbroek: 1

2. Wandelen tussen Noor en Voer en het domein Altenbroek: 1

3. Een korte impressie van de wandeling route. 2

4. Wat extra info. 4

5. Waarnemingstabel 6

6. Additioneel - Altenbroek – Altembrouck – Chateau viande. 6

 

1. De Noor, de Voer en domein Altenbroek:

 

Wat wil je nog meer op de jaarlijkse daguitstap. Het weer fantastisch, een uniek natuurgebied in de Voersteek en 31 enthousiaste Amentisten.

Dat was het gegeven op zondag 3 april, we vertrokken aan het prachtige VVV kantoor van ’s Gravenvoeren om 10h30 in de richting van het Nederlandse Noorbeek. Een wandeling van ongeveer 12 km, voorzien van een pi(t)sstop in Noorbeek.
Voor iemand die de streek daar wat kent een tochtje met toch wat bultig stapwerk, dan weer langs een klaterend en kronkelend riviertje, dan weer eens langs de mooie meidoornhagen en hoogstam boomgaarden, genietend van de prachtige landschappen met een uitgebreid flora en fauna palet.
Met laarzen aan de Voerstreek in ……


Een piepeloe katerbeest

Het bleek achteraf niet eens overdreven wat hierboven vermeld staat, integendeel iedereen was meer dan tevreden en zijn allen met een zalig gevoel naar huis gereden. Sommige startte de tocht met een piepeloe kater van de dag ervoor maar tijdens en na de wandeling was het alsof zij een wedergeboorte hadden doorgemaakt, fris en monter …

 

 

 

 

 

 

 

 

2. Wandelen tussen Noor en Voer en het domein Altenbroek:

 

Een ontegensprekelijke pluim voor het toenmalige Natuurreservaten die het grensoverschrijdende domein Altenbroek (160 ha groot) aankochten in 1996 in samenwerking met de Nederlandse vereniging Natuurmonumenten. Het was ook een unieke kans voor deze verenigingen een landschap in z’n totaliteit te beheren. Bijna tien jaar later begint dit ook zijn vruchten af te werpen, en daarvoor moet je zelfs geen natuurgids zijn om de resultaten op te merken.

 

Het aanbod is ook niet min, de landschappen worden er aaneengeregen door oude Maasterrassen, kalk en leembodems, weidelandschappen (puur natuur want je stapt er in de stront van de evenhoevige die de weide begrazen en de plantengroei welig laat gedijen), ongestructureerde dalen in de grilligste vorm, poelen, helling- en bronbossen, holle wegen, hoogstamboomgaarden, bomenrijen, hagen en …. Kortom er is geen natuur naslagwerk die het kan beschrijven, tenzij je er een eigen bibliotheek op na houdt.

 

Het staat als een paal boven water dat de bodem hier verantwoordelijk is voor het ganse en immense flora gebeuren. Opmerkelijk is vooral de grote kalkrijkdom, 65 miljoen jaren geleden overspoelde dit gebied en stapelden de kalkskeletten zich gedurende vele miljoenen jaren op. Een zacht en fijnkorrelig kalkgesteente is daarvan het gevolg, men spreekt in sommige boekdelen van een laag van bijna 100 meter dik (= Gulpense kalklaag). Onder deze laag komen op nogal plaatsen een laag glauconietrijke zanden voor en die laten nauwelijks water door, waar ze dagzomen krijgen we bronnen. Tot slot werd het Voerense gebied nog met een leemlaag overdekt. Resultaat is dat deze mengelmoes van zanden, kalk en leem een verbazingwekkende schat aan planten, dieren en biotopen oplevert. Als voorbeeld stellen we hier de Maretak, nergens in Vlaanderen is deze kalkminnende halfparasiet zo algemeen.

 

Een ander feit is dat de bezochte Voerstreek op de overgang ligt tussen het Atlantisch en het Midden Europees plantendistrict. Concreet wil dit zeggen dat we in de streek plantensoorten vinden gebonden aan het warmere klimaat van Zuid Europa (op de warme zuider hellingen bereiken Wilde marjolein, Kruidvlier, Beemdkroon, Borstelkrans, Vliegeorchis en Bijenorchis één van hun noordelijkste standplaatsen).

 

3. Een korte impressie van de wandeling route

 

We vertrekken aan het VVV kantoor van ’s Gravenvoeren (een aanrader om eens binnen te gaan). We lopen even richting Sint Martens Voeren en nemen het eerste straatje links, we lopen over de Voer die er gezwind onder het Jezuïetenhof verdwijnt en komen aan de witte Onze Lievevrouwkapel en de aloude herberg de Swaen.
Onze Michel, ge kent hem, in al zijn glorie begint hij zijn goed voorbereide taak te vervullen. Nog geen twee woorden mocht hij uitspreken of Bart (één van onze vogelaars) roept enthousiast: ja, de eerste boerenzwaluw, eh eh excuses.
Michel gaat verder: onze wandeling bestaat uit twee delen, Lou vervolledigd: ja, bergop en bergaf! En inderdaad ze hebben het aan hun kuiten gevoeld achteraf. Ik heb me even de vraag gesteld hoe het zou komen dat hij telkens onderbroken wordt, moet hij misschien nog meer zijn best doen? Of moet hij het eens anders aanpakken, want die Amentisten zijn geen gewone mensen.
We lopen rechts van deze herberg de heuvel op en we hijsen ons stilaan de Snauwenberg op, je hoort de botten van sommige kraken en mede is het stil in de groep.


Dassenhol met brievenbus

Klimmend langs een holle weg komen we het eerste dassenhol tegen met er links boven een dassen brievenbus (!*?).

Even verder draaien we het veld in en genieten van het prachtige landschapsuitzicht - de Noorbeekvallei, we maken een halve cirkel rechts en passeren het eerste groene hekje.
Hier worden we vergast op een luchtgevecht tussen sperwer en een kraaiachtige, verrekijkers in de aanslag en op de eerste rij het spektakel volgend. Het viel tijdens de wandeling op dat de vogels hun territorium aan het afbakenen waren en dat ze naarstig op zoek waren naar een partner en nest. In de waarnemingstabel kun je lezen welke vogels we die dag gezien of gehoord hebben.

We wandelen dan weer dalend door een weide om even verder de thermiekvlucht van een buizerd te volgen. Eens beneden aan de baan zien we de dassensluisjes. Deze zijn er om de DAS te verhinderen dat hij op de rijweg belandt enerzijds en anderzijds om de DAS die op de rijweg zou verzeild geraken weer in de vrije natuur te krijgen.
We deden een luikje open en onze blik viel op een grote wijngaardslak, een vaste bewoner van het gebied, om maar weer niet te zeggen dat die ook kalkminnend is.
Onderwijl zijn we al een heel deel voorjaarsbloeiers gepasseerd (zie waarnemingtabel in dit verslag).
We passeren het eerste zoenhekje, deze mooie naam komt natuurlijk van de Nederlanders, sommige onderons nemen dit ook letterlijk op.


Eric in volle bezigheid

Hier kabbelt de Noorbeek. En Eric is niet te houden en spurt zoals in zijn jonge jaren naar het riviertje om met zijn schepnet op onderzoek te gaan.
Op een kleine verlandingszone langs de beek merken we de voetafdruk van een das (vijfde teen slecht afgetekend in het spoor). Deze merkwaardig gestreepte marterachtige vind in deze streek zijn gewenste biotoop en samen met het everzwijn, steenmarter, vos, vuursalamander, vroedmeesterpad, hazelworm, en nog andere maakt hij deel uit van de streekfauna populatie.



Een steile klim door de weide naar boven, af en toe een halt houden want wat kunnen sommige puffen … Mooie uitzichten over de Noorvallei verzachten de pijn. Eens boven passeren we een volgend zoenhekje en vervolgen onze weg naar links richting Noorbeek.

We worden begeleid door een mooie bomenlaan van es, populier en meidoorn, als kruidlaag verschillende voorjaarsbloeiers en massa’s maretakken in kruinen van de bomen. Links aan onze voeten en in de vallei het park en kasteel van Altenbroek. We nemen einde de weg links en terug rechts richting de kerk van Noorbeek, langs de flanken weide en meidoornhagen en een verschrikte geelgors. In de wei en aan de Noor tellen we 9 reigers op een klein aantal vierkante meters, in de verte een aantal torenvalken in het vizier van menige verrekijker. We passeren de grens en komen in het dorpje Noorbeek aan.

In de cafe op het pleintje staat ons een mosterdsoep te wachten (Anja zag mosterdzaadjes, ajuin, spekjes en lente-uitjes zwemmen = kater of geen kater), maar voor sommige fijnproevers ook een vijfjaar oude Bokma gerijpt op eik. Even later verder picknicken aan de voet van de kerk.

 

Eens de innerlijke ziel versterkt zetten we onze weg verder richting Kattenrot. We komen in een uniek landschap terecht met graften (houtwal op steilrand), grubben (droge dalen), hagen, houtkanten en hoogstam boomgaarden en een geweldige vegetatie aan bloeiende planten.

We komen aan op het Kattenrot (de weg is de feitelijke grens tussen B en NL). We dalen even af om in een bos struweel de tapijten van speenkruid te ontdekken en om wat af te koelen want de zon scheen fel op ons bolleke. Terug op de rug van het Kattenrot, we bevinden ons hier op 205 meter hoogte daar waar de Noorbeekvallei op 100 meter hoogte ligt.
Begrazing gebeurt hier langs Vlaamse kant door Galloways en langs Nederlandse kant Glan runderen.
Weer schuurt Eric uit de groep in de richting van een poel, hij vist en er een kamsalamander op. De smalle sander trekt de volle aandacht van de groep.
De discussie gaat crescendo als we de wilde kamperfoelie onder de loep nemen en hoe deze draait rond andere takken van struiken – het is tegen klok wijzerzin (rechtsom) besluit de edele gids. De bosrank daarentegen, hoofdliaan vertegenwoordiger in deze streek windt met de wijzerzin (linksom) mee.


Bosanemoon

We verpozen even om dan links een wei in te slaan en sterk dalend ons naar het Voerdal te begeven. Slanke sleutelbloem, bosanemoon, viooltjes begeleiden ons naar de Voer. Hier liggen enkele kalkgraslandjes, het neusje van de zalm, met nu al reeds ontelbare plantensoorten. Het beheersplan van het reservaat schrijft deze graslandjes te laten verarmen, want er is destijds aardig gemest, en terug naar de oorspronkelijke plantengroei te keren. Doel is het terugwinnen van natuur zomerparels zoals voorjaarsganzerik, kleine pimpernel, bevernel, agrimonie, gulden sleutelbloem, wilde marjolein, voorjaarszegge en ……
We volgen de Voer stroomafwaarts, we staan vaak stil bij sommige bloeiende planten (o.a. de gulden boterbloem) of te luiteren naar fluitende vogels.

”Hoor”, zei Mieke! “Is dat een boomklever die daar fluit” vroeg ze aan Bart?
Antwoord van Bart: “Weet ik niet Mieke, vogelen is mijn hobby niet”.
Waarop Mieke repliceerde met: “die van de Swa mijne man wel, maar hij kent er niks van”
Ondertussen wij allemaal plat van ’t lachen.

 

We verlaten de Voer aan de villa met de twee namen (Meulenberg en Gitterdorn) en klimmen door een holle weg weer naar boven, om uiteindelijk na enkele honderden meters terug in ’s Gravenvoeren te belanden.

Na 12 kilometers zijn we twee mensen kwijtgespeeld maar dit is minder dan 10% verlies (is het risico van het vak) dus we maken ons hierover geen zorgen.

En het café… dat terras zat opeens stampvol! En die laarzen … die hadden we niet van doen…

4. Wat extra info

Enkele detail beschrijvingen

 

Das (Meles meles):

- behoort tot onze grootste marterachtigen (samen met de otter).
- biotoop: voorkeur kleinschalig akkerland, rivierdalen (heuvels om burcht te bouwen).
- een paar vaak voor het leven, leeft in clans.
- zeer honkvast aan standplaats.
- nachtactief.
- paartijd vroege lente, 1-5 jongen, 12 weken gezoogd.
- max. leeftijd 15 à 16 jaar, sterfte onder jongen < 1jaar = hoog (autoverkeer).
- voedsel: wormen; insecten; fruit & bessen; granen, kleine zoogdieren, en in mindere maten vogels.
- burchten: hoofdburcht; bijburchten, vluchtpijpen.
- voetafdruk: 5 tenen met nagelspoor, doch linkse teen iets onduidelijker of ontbrekend.
- wroetsporen: maakt snuitputjes op zoek naar insecten en pieren.
- gebiedsdekkend in de voerstreek, voorkomend in prov. Limburg, andere provincies slecht sporadisch.

Kamsalamander (Triturus cristatus):

- grootste inheemse salamander (tot 17 cm lang).
- duidelijke kam (vooral in de paartijd wat de mannetjes betreft).
- lichaam voorzien van klieren wiens vocht bij aanraking irriteert (ook bij de mens).
- bewoner van kleinschalige landschappen met talrijke hagen, houtkanten, boomgaarden en poelen.
- in Vlaanderen niet algemeen te noemen: omwille van het ontbreken van wat hierboven als biotoop vermeld wordt.
Bosschaatsenrijder (Gerris Gibbiger - Gerridae – schaatsenrijders familie)

- oppervlaktewants, ZZ in Vlaanderen - algemeen in de Ardennen.
- aan te treffen op het wateroppervlak
- vier lange poten, gebruikt achterpoten voor het sturen, voorpoten om insecten op het wateroppervlak te pakken en deze worden dan door hun naaldvormige snavel uitgezogen.

 

Geelgors (Emberiza citrinella):

- groter als mus
- mannetje: gele kop en onderzijde, rug en mantel bruin (vrouwtje iets minder geel en borst gestreept.
- voorkomen: open terrein of open plekken in het bos, houtwallen, hagen.
- nestelen in struiken vlak bij de grond.
- twee broedsels per jaar.
- overwegend standvogel.
- vlucht: met lange golven en enigszins rukkende bewegingen.

 

Bosrank (Clematis vitalba):

- ranonkelfamilie.
- bloemen in iets schermvormige pluimen in de bladoksels, vier vroeg afvallende bloemblaadjes, talrijke meeldraden.
- bladen tegenoverstaand, oneven geveerd met langwerpige hartvormige deelblaadjes.
- in de winter: valt op de zijn losse pluisbollen.
- liaan, klimt met behulp van zijn bladen.
- takken: linksom windend.
- kalkminnend.

Gulden boterbloem (Ranunculus auricomus):


Gulden boterbloem

- ranonkelfamilie, boterbloemfamilie.
- opvallend feit de verschillende vorm van bladen: stengelbladen zittend, handvormig gedeeld met smalle lijnvormige segmenten – de grondbladen rond en diep gedeeld = duidelijk kenmerk.
- plant is apomictisch: d.w.z. dat hij zaden kan vormen zonder bevruchting = de nakomelingen zijn echte cloonen.
- kalkminnend.

 

 

 

 

 

 

Gewone Ereprijs (Veronica chamaedrys):

Micheline schrijft:

Na het opzoeken wordt bevestigd wat het opmerkzaam oog van onze voorzitter had waargenomen, nl. de zijdelingse beharing een belangrijk determinatiekenmerk voor de Gewone Ereprijs. Het is één van de algemeenste ereprijssoorten en komt op allerlei standplaatsen voor, zoals in bossen en struikgewas, maar vooral op grazige plaatsen, langs wegen en in lichte loofbossen als de grond maar tamelijk voedselrijk is. De 2 rijen haren die over de stengel lopen, zijn een duidelijk kenmerk, want de andere soorten zijn gelijkmatiger behaard. De bloemen zitten meestal met 10 à 20 in lang gesteelde trossen en deze komen zijdelings uit de bladoksels van de bovenste, tegenoverstaande bladeren. De bloem is nogal kwetsbaar en de donkerblauwe aders op de hemelsblauwe bloemkroon dienen als honingmerk en leiden de insecten naar het binnenste van de bloem. Doordat de donkerblauwe aders het ultraviolette licht niet reflecteren en de overige bloemdelen wel, vallen ze extra op, voor insectenogen natuurlijk.

 

Graften:

Op verschillende plekken in het hellend landschap zijn graften gemaakt. Deze houden de erosie tegen, maar bieden ook een woon- of schuilplaats voor wild (dassen, marters, vogels, enz.). Eén zo'n talud noemt men in Voeren graaf. De graften zijn te zien als oude bosranden die men heeft laten staan als men een stuk grond ging ontginnen.

5. Waarnemingstabel

 

Planten

Berenklauw

Kleefkruid

Aronskelk

Speenkruid

Bosanemoon

Gewone Ereprijs

Sint Janskruid

Kale Jonker

Stinkende Gouwe

Aalbes

Hondsdraf

Bosrank

Gulden boterbloem

Fluitenkruid

Ridderzuring

Witte dovenetel

Paarse dovenetel

Gevlekte gele dovenetel

Veldkers

Maagdenpalm

Grote muur

Bergvlier

Fonteinkruid

Vingerhoedskruid

Muskuskruid

Waterranonkel

Zevenblad

Braambes

Bosviooltje bleek

Smeerwortel

Klein hoefblad

Groot hoefblad

Klimop

Maretak

Es

Populier

Berk

Vlier

Iep

Meidoorn

Wilde kastanje

Look zonder look

Bosaardbei

Pinksterbloem

Vergeet me nietje

Kamperfoelie

Sleedoorn

 

Vogels

Huismus

Merel

Staartmees

Koolmees

Pimpelmees

Kraaien

Sperwer

Buizerd

Zwartkop

Torenvalk

Geelgors

Fitis

Vink

Boerenzwaluw

Zwarte roodstaart

Boomklever

Tsjif Tsjaf

Heggenmus

Blauwe reiger

Ringmus

Andere

Grote adderbekerzwam

Eikvaren

Kale inktzwam

Judasoor

Kogelhoutskoolzwam

Blauwtje

Groot en Klein Koolwitje

Spoor van Das
Dode Das

Kamsalamander

Duikerwants

Poelslakken

Wijngaardslak

Haftenlarve

Rode eekhoorn

Dagpauwoog

 

 

 

 

 

 

6. Additioneel - Altenbroek – AltembrouckChateau viande

 

Kasteel Altenbroek ontwikkelt zich tot een vlees “chateau”, waar de voorname historie van het landgoed kan afstralen op de nieuwe ambities van de huidige bewoners. “Wij willen uitgaande van het beste rund ter wereld, de Japanse Wagyu koe, een kwaliteit label ontwikkelen dat met de best denkbare protocol, controles en productievoorschriften is omgeven en waarbij de vraag van de consument centraal staat”.

Wagyu vlees biedt de kwaliteit waar de consument al jaren om vraagt en past vanwege zijn hoge dosering enkelvoudig onverzadigde vetzuren in een cholesterolarm dieet. 
Het is de kaviaar van het vlees. ’t Is maar da ge het weet. – inbreng Carlos.

 



De gelukkige Amentisten