|
|
|
1.
De Noor, de Voer en domein Altenbroek:
2. Wandelen tussen Noor en Voer en het domein Altenbroek:
3. Een korte impressie van de wandeling route
6. Additioneel - Altenbroek – Altembrouck – Chateau
viande
Wat wil je nog
meer op de jaarlijkse daguitstap. Het weer fantastisch, een uniek natuurgebied in
de Voersteek en 31 enthousiaste Amentisten.
Dat was het
gegeven op zondag 3 april, we vertrokken aan het prachtige VVV kantoor van ’s
Gravenvoeren om 10h30 in de richting van het Nederlandse Noorbeek.
Een wandeling van ongeveer 12 km, voorzien van een pi(t)sstop
in Noorbeek.
Voor iemand die de streek daar wat kent een tochtje met toch wat bultig
stapwerk, dan weer langs een klaterend en kronkelend riviertje, dan weer eens
langs de mooie meidoornhagen en hoogstam boomgaarden, genietend van de
prachtige landschappen met een uitgebreid flora en
fauna palet.
Met laarzen aan de Voerstreek in ……
|
|
Het bleek achteraf niet eens overdreven wat hierboven vermeld staat,
integendeel iedereen was meer dan tevreden en zijn allen met een zalig gevoel
naar huis gereden. Sommige startte de tocht met een piepeloe
kater van de dag ervoor maar tijdens en na de wandeling was het alsof zij een
wedergeboorte hadden doorgemaakt, fris en monter …
Een ontegensprekelijke pluim voor het toenmalige Natuurreservaten die het
grensoverschrijdende domein Altenbroek (160 ha groot) aankochten in 1996 in
samenwerking met de Nederlandse vereniging Natuurmonumenten. Het was ook een
unieke kans voor deze verenigingen een landschap in z’n
totaliteit te beheren. Bijna tien jaar later begint dit ook zijn vruchten af te
werpen, en daarvoor moet je zelfs geen natuurgids zijn om de resultaten op te
merken.
Het aanbod is ook niet min, de landschappen worden er aaneengeregen door
oude Maasterrassen, kalk en leembodems, weidelandschappen (puur natuur want je
stapt er in de stront van de evenhoevige die de weide
begrazen en de plantengroei welig laat gedijen), ongestructureerde dalen in de
grilligste vorm, poelen, helling- en bronbossen,
holle wegen, hoogstamboomgaarden, bomenrijen, hagen en …. Kortom er is geen
natuur naslagwerk die het kan beschrijven, tenzij je er een eigen bibliotheek
op na houdt.
Het staat als een paal boven water dat de bodem hier verantwoordelijk is
voor het ganse en immense flora gebeuren. Opmerkelijk is vooral de grote
kalkrijkdom, 65 miljoen jaren geleden overspoelde dit gebied en stapelden de
kalkskeletten zich gedurende vele miljoenen jaren op. Een zacht en fijnkorrelig
kalkgesteente is daarvan het gevolg, men spreekt in sommige boekdelen van een
laag van bijna 100 meter dik (= Gulpense kalklaag).
Onder deze laag komen op nogal plaatsen een laag glauconietrijke zanden voor en die laten nauwelijks water
door, waar ze dagzomen krijgen we bronnen. Tot slot werd het Voerense gebied nog met een leemlaag overdekt. Resultaat is
dat deze mengelmoes van zanden, kalk en leem een verbazingwekkende
schat aan planten, dieren en biotopen oplevert. Als voorbeeld stellen we hier
de Maretak, nergens in Vlaanderen is deze kalkminnende halfparasiet
zo algemeen.
Een ander feit is dat de bezochte Voerstreek op de overgang ligt tussen
het Atlantisch en het Midden Europees plantendistrict.
Concreet wil dit zeggen dat we in de streek plantensoorten vinden gebonden aan
het warmere klimaat van Zuid Europa (op de warme zuider
hellingen bereiken Wilde marjolein, Kruidvlier, Beemdkroon, Borstelkrans, Vliegeorchis en Bijenorchis één van hun noordelijkste
standplaatsen).
We vertrekken aan
het VVV kantoor van ’s Gravenvoeren (een aanrader om eens binnen te gaan). We
lopen even richting Sint Martens Voeren en nemen het eerste straatje links, we
lopen over de Voer die er gezwind onder het Jezuïetenhof
verdwijnt en komen aan de witte Onze Lievevrouwkapel en de aloude herberg de Swaen.
Onze Michel, ge kent hem, in
al zijn glorie begint hij zijn goed voorbereide taak te vervullen. Nog geen
twee woorden mocht hij uitspreken of Bart (één van
onze vogelaars) roept enthousiast: ja, de eerste boerenzwaluw, eh eh excuses.
Michel gaat verder: onze wandeling bestaat uit twee
delen, Lou vervolledigd: ja, bergop en bergaf! En
inderdaad ze hebben het aan hun kuiten gevoeld achteraf. Ik heb me even de
vraag gesteld hoe het zou komen dat hij telkens onderbroken wordt, moet hij
misschien nog meer zijn best doen? Of moet hij het eens anders aanpakken, want
die Amentisten zijn geen gewone mensen.
We lopen rechts van deze herberg de heuvel op en we hijsen ons stilaan de
Snauwenberg op, je hoort de botten van sommige kraken en mede is het stil in de
groep.
|
|
Klimmend langs een
holle weg komen we het eerste dassenhol tegen met er links boven een dassen brievenbus (!*?).
Even verder
draaien we het veld in en genieten van het prachtige landschapsuitzicht - de Noorbeekvallei, we maken een halve cirkel rechts en
passeren het eerste groene hekje.
Hier worden we vergast op een luchtgevecht tussen sperwer en een
kraaiachtige, verrekijkers in de aanslag en op de eerste rij het spektakel
volgend. Het viel tijdens de wandeling op dat de vogels hun territorium aan het
afbakenen waren en dat ze naarstig op zoek waren naar een partner en nest. In
de waarnemingstabel kun je lezen welke vogels we die dag gezien of gehoord
hebben.
We wandelen dan
weer dalend door een weide om even verder de thermiekvlucht van een buizerd te
volgen. Eens beneden aan de baan zien we de dassensluisjes. Deze zijn er om de
DAS te verhinderen dat hij op de rijweg belandt enerzijds en anderzijds om de
DAS die op de rijweg zou verzeild geraken weer in de vrije natuur te krijgen.
We deden een luikje open en onze blik viel op een grote wijngaardslak, een
vaste bewoner van het gebied, om maar weer niet te zeggen dat die ook
kalkminnend is.
Onderwijl zijn we al een heel deel voorjaarsbloeiers
gepasseerd (zie waarnemingtabel in dit verslag).
We passeren het eerste zoenhekje, deze mooie naam komt natuurlijk van de
Nederlanders, sommige onderons nemen dit ook letterlijk op.
|
|
Hier kabbelt de Noorbeek. En Eric is niet te houden en spurt zoals in zijn
jonge jaren naar het riviertje om met zijn schepnet op onderzoek te gaan.
Op een kleine verlandingszone langs de beek merken we
de voetafdruk van een das (vijfde teen slecht afgetekend in het spoor). Deze
merkwaardig gestreepte marterachtige vind in deze streek zijn gewenste biotoop
en samen met het everzwijn, steenmarter, vos, vuursalamander, vroedmeesterpad, hazelworm, en nog andere maakt hij deel
uit van de streekfauna populatie.
Een steile klim door de weide naar
boven, af en toe een halt houden want wat kunnen sommige puffen … Mooie
uitzichten over de Noorvallei verzachten de pijn.
Eens boven passeren we een volgend zoenhekje en vervolgen onze weg naar links
richting Noorbeek.
We worden begeleid
door een mooie bomenlaan van es, populier en meidoorn, als kruidlaag
verschillende voorjaarsbloeiers en massa’s maretakken
in kruinen van de bomen. Links aan onze voeten en in de vallei het park en
kasteel van Altenbroek. We nemen einde de weg links en terug rechts richting de
kerk van Noorbeek, langs de flanken weide en
meidoornhagen en een verschrikte geelgors. In de wei en aan de Noor tellen we 9
reigers op een klein aantal vierkante meters, in de verte een aantal
torenvalken in het vizier van menige verrekijker. We passeren de grens en komen
in het dorpje Noorbeek aan.
In de cafe op het pleintje staat ons een mosterdsoep te wachten (Anja zag mosterdzaadjes, ajuin,
spekjes en lente-uitjes zwemmen = kater of geen kater), maar voor sommige
fijnproevers ook een vijfjaar oude Bokma gerijpt op
eik. Even later verder picknicken aan de voet van de kerk.
Eens de innerlijke
ziel versterkt zetten we onze weg verder richting Kattenrot. We komen in een
uniek landschap terecht met graften (houtwal op steilrand), grubben (droge
dalen), hagen, houtkanten en hoogstam boomgaarden en een geweldige vegetatie
aan bloeiende planten.
We komen aan op
het Kattenrot (de weg is de feitelijke grens tussen B en NL). We dalen even af
om in een bos struweel de tapijten van speenkruid te
ontdekken en om wat af te koelen want de zon scheen fel op ons bolleke. Terug op de rug van het Kattenrot, we bevinden ons
hier op 205 meter hoogte daar waar de Noorbeekvallei
op 100 meter hoogte ligt.
Begrazing gebeurt hier langs Vlaamse kant door Galloways
en langs Nederlandse kant Glan runderen.
Weer schuurt Eric uit de groep in de richting van een poel, hij vist en er een
kamsalamander op. De smalle sander
trekt de volle aandacht van de groep.
De discussie gaat crescendo als we de wilde kamperfoelie onder de loep nemen en
hoe deze draait rond andere takken van struiken – het is tegen klok wijzerzin
(rechtsom) besluit de edele gids. De bosrank daarentegen,
hoofdliaan vertegenwoordiger in deze streek windt met de wijzerzin (linksom) mee.
|
|
We verpozen even
om dan links een wei in te slaan en sterk dalend ons naar het Voerdal te begeven. Slanke sleutelbloem, bosanemoon, viooltjes
begeleiden ons naar de Voer. Hier liggen enkele kalkgraslandjes, het neusje van
de zalm, met nu al reeds ontelbare plantensoorten. Het
beheersplan van het reservaat schrijft deze graslandjes te laten verarmen, want
er is destijds aardig gemest, en terug naar de oorspronkelijke plantengroei te keren.
Doel is het terugwinnen van natuur zomerparels zoals voorjaarsganzerik, kleine
pimpernel, bevernel, agrimonie, gulden sleutelbloem,
wilde marjolein, voorjaarszegge en ……
We volgen de Voer stroomafwaarts, we staan vaak stil bij sommige bloeiende planten
(o.a. de gulden boterbloem) of te luiteren naar fluitende
vogels.
”Hoor”, zei Mieke! “Is dat een boomklever die daar fluit” vroeg ze aan Bart?
Antwoord van Bart: “Weet ik niet Mieke,
vogelen is mijn hobby niet”.
Waarop Mieke repliceerde met: “die van de Swa mijne man wel, maar hij kent er niks van”
Ondertussen wij allemaal plat van ’t lachen.
We verlaten de
Voer aan de villa met de twee namen (Meulenberg en Gitterdorn) en klimmen door een holle weg weer naar boven,
om uiteindelijk na enkele honderden meters terug in ’s Gravenvoeren te
belanden.
Na 12 kilometers
zijn we twee mensen kwijtgespeeld maar dit is minder dan 10% verlies (is het
risico van het vak) dus we maken ons hierover geen zorgen.
En het café… dat terras zat
opeens stampvol! En die laarzen … die hadden we niet
van doen…
Enkele detail beschrijvingen
Das (Meles meles):
- behoort tot onze grootste marterachtigen (samen met
de otter).
- biotoop: voorkeur kleinschalig akkerland, rivierdalen (heuvels om burcht te
bouwen).
- een paar vaak voor het leven, leeft in clans.
- zeer honkvast aan standplaats.
- nachtactief.
- paartijd vroege lente, 1-5 jongen, 12 weken gezoogd.
- max. leeftijd 15 à 16 jaar, sterfte onder jongen
< 1jaar = hoog (autoverkeer).
- voedsel: wormen; insecten; fruit & bessen; granen,
kleine zoogdieren, en in mindere maten vogels.
- burchten: hoofdburcht; bijburchten, vluchtpijpen.
- voetafdruk: 5 tenen met nagelspoor, doch linkse teen iets onduidelijker of
ontbrekend.
- wroetsporen: maakt snuitputjes op zoek naar insecten en pieren.
- gebiedsdekkend in de voerstreek, voorkomend in prov.
Limburg, andere provincies slecht sporadisch.
Kamsalamander (Triturus cristatus):
|
|
- grootste
inheemse salamander (tot 17 cm lang).
- duidelijke kam (vooral in de paartijd wat de mannetjes betreft).
- lichaam voorzien van klieren wiens vocht bij
aanraking irriteert (ook bij de mens).
- bewoner van kleinschalige landschappen met talrijke hagen, houtkanten,
boomgaarden en poelen.
- in Vlaanderen niet algemeen te noemen: omwille van het ontbreken van wat
hierboven als biotoop vermeld wordt.
Bosschaatsenrijder (Gerris
Gibbiger - Gerridae –
schaatsenrijders familie)
- oppervlaktewants, ZZ in
Vlaanderen - algemeen in de Ardennen.
- aan te treffen op het wateroppervlak
- vier lange poten, gebruikt achterpoten voor het sturen, voorpoten om insecten
op het wateroppervlak te pakken en deze worden dan door hun naaldvormige
snavel uitgezogen.
Geelgors (Emberiza citrinella):
- groter als
mus
- mannetje: gele kop en onderzijde, rug en mantel bruin (vrouwtje iets minder
geel en borst gestreept.
- voorkomen: open terrein of open plekken in het bos, houtwallen, hagen.
- nestelen in struiken vlak bij de grond.
- twee broedsels per jaar.
- overwegend standvogel.
- vlucht: met lange golven en enigszins rukkende bewegingen.
Bosrank (Clematis vitalba):
- ranonkelfamilie.
- bloemen in iets schermvormige pluimen in de
bladoksels, vier vroeg afvallende bloemblaadjes, talrijke meeldraden.
- bladen tegenoverstaand, oneven geveerd met langwerpige hartvormige
deelblaadjes.
- in de winter: valt op de zijn losse pluisbollen.
- liaan, klimt met behulp van zijn bladen.
- takken: linksom windend.
- kalkminnend.
Gulden boterbloem (Ranunculus auricomus):
|
|
- ranonkelfamilie,
boterbloemfamilie.
- opvallend feit de verschillende vorm van bladen: stengelbladen zittend,
handvormig gedeeld met smalle lijnvormige segmenten – de grondbladen rond en
diep gedeeld = duidelijk kenmerk.
- plant is apomictisch: d.w.z.
dat hij zaden kan vormen zonder bevruchting = de nakomelingen zijn echte cloonen.
- kalkminnend.
Gewone Ereprijs (Veronica chamaedrys):
Micheline schrijft:
Na het opzoeken wordt
bevestigd wat het opmerkzaam oog van onze voorzitter
had waargenomen, nl. de zijdelingse beharing een
belangrijk determinatiekenmerk voor de Gewone Ereprijs. Het is één van de
algemeenste ereprijssoorten en komt op allerlei standplaatsen voor, zoals in
bossen en struikgewas, maar vooral op grazige plaatsen, langs wegen en in
lichte loofbossen als de grond maar tamelijk voedselrijk is. De 2 rijen haren
die over de stengel lopen, zijn een duidelijk kenmerk, want de andere soorten
zijn gelijkmatiger behaard. De bloemen zitten meestal met 10 à 20 in lang gesteelde trossen en deze komen zijdelings uit de
bladoksels van de bovenste, tegenoverstaande bladeren. De bloem is nogal kwetsbaar
en de donkerblauwe aders op de hemelsblauwe bloemkroon dienen als honingmerk en
leiden de insecten naar het binnenste van de bloem. Doordat de donkerblauwe
aders het ultraviolette licht niet reflecteren en de overige bloemdelen wel,
vallen ze extra op, voor insectenogen natuurlijk.
Graften:
Op verschillende plekken in het hellend
landschap zijn graften
gemaakt. Deze houden de erosie tegen, maar bieden ook een woon-
of schuilplaats voor wild (dassen, marters, vogels, enz.). Eén zo'n talud noemt men in Voeren graaf. De graften
zijn te zien als oude bosranden die men heeft laten staan als men een stuk
grond ging ontginnen.
|
Planten |
|||
|
Berenklauw |
Kleefkruid |
Aronskelk |
Speenkruid |
|
Bosanemoon |
Gewone
Ereprijs |
Sint
Janskruid |
Kale
Jonker |
|
Stinkende
Gouwe |
Aalbes |
Hondsdraf |
Bosrank |
|
Gulden
boterbloem |
Fluitenkruid |
Ridderzuring |
Witte
dovenetel |
|
Paarse
dovenetel |
Gevlekte
gele dovenetel |
Veldkers |
Maagdenpalm |
|
Grote
muur |
Bergvlier |
Fonteinkruid |
Vingerhoedskruid |
|
Muskuskruid |
Waterranonkel |
Zevenblad |
Braambes |
|
Bosviooltje
bleek |
Smeerwortel |
Klein
hoefblad |
Groot
hoefblad |
|
Klimop |
Maretak |
Es |
Populier |
|
Berk |
Vlier |
Iep |
Meidoorn |
|
Wilde
kastanje |
Look
zonder look |
Bosaardbei |
Pinksterbloem |
|
Vergeet
me nietje |
Kamperfoelie |
Sleedoorn |
|
|
Vogels |
|||
|
Huismus |
Merel |
Staartmees |
Koolmees |
|
Pimpelmees |
Kraaien |
Sperwer |
Buizerd |
|
Zwartkop |
Torenvalk |
Geelgors |
Fitis |
|
Vink |
Boerenzwaluw |
Zwarte
roodstaart |
Boomklever |
|
Tsjif
Tsjaf |
Heggenmus |
Blauwe
reiger |
Ringmus |
|
Andere |
|||
|
Grote
adderbekerzwam |
Eikvaren |
Kale
inktzwam |
Judasoor |
|
Kogelhoutskoolzwam |
Blauwtje |
Groot
en Klein Koolwitje |
Spoor
van Das |
|
Kamsalamander |
Duikerwants |
Poelslakken |
Wijngaardslak |
|
Haftenlarve |
Rode
eekhoorn |
Dagpauwoog |
|
|
|
|
|
|
Kasteel Altenbroek
ontwikkelt zich tot een vlees “chateau”, waar de
voorname historie van het landgoed kan afstralen op de nieuwe ambities van de
huidige bewoners. “Wij willen uitgaande van het beste rund ter wereld, de
Japanse Wagyu koe, een kwaliteit label ontwikkelen
dat met de best denkbare protocol, controles en productievoorschriften is
omgeven en waarbij de vraag van de consument centraal staat”.
Wagyu
vlees biedt de kwaliteit waar de consument al jaren om vraagt en past vanwege
zijn hoge dosering enkelvoudig onverzadigde vetzuren in een cholesterolarm
dieet.
Het is de kaviaar van het vlees. ’t Is maar da ge het
weet. – inbreng Carlos.
|
|